Onze geschiedenis

De Winschoter Honk- en Softbalclub is opgericht op 4 juli 1957 en kent een mooie geschiedenis. Wat is er nu mooier om deze geschiedenis te laten vertellen door de mensen die er zelf aan bijgedragen hebben. Zo zijn een aantal leden van ‘het eerste uur’ en de jaren hierna benaderd en dat levert de volgende geweldige verhalen op. Foto’s uit de oude doos zijn hier te vinden. Mocht u nog beschikken over oude foto’s van W.H.S.C., dan kunt u deze mailen naar info@whsc.nl.


Jules H. Stanlein

De oprichting van W.H.S.C.

De grote inspirator en stille kracht achter het ontstaan van onze club was Jan Bos (in die tijd leerkracht gym aan de kweekschool).
Elke zomer was er in een bepaalde hoek van het zwembad een vaste groep jongens te vinden. Deze groep was een mix van oud HBS-ers en kweekschool leerlingen, o.a. Jan van Dijk, Roel Vos en ondergetekende. De meesten waren zeer actieve volleyballers.
Op een zeer hete zomermiddag kwam Jan Bos bij ons zitten en begon met zijn verhaal. Hij vond het helemaal niks dat, terwijl wij in de winter ons rot volleybalden en een geweldige conditie opbouwden, wij in de zomer te lui waren om ook maar een poot uit te steken.
Of we wel eens gedacht hadden om in de zomer ook aan sport te doen om zo de conditie op peil te houden. Dat hadden wij dus niet. Hij wist wel een sport die uitstekend aansloot bij het volleyballen in het winterseizoen en uitsluitend in het zomerseizoen gespeeld kon worden. Of we wel eens gehoord hadden van honkbal. Dat hadden wij dus niet. Maar Jan Bos had dit wel voorzien. Hij had een heel uitgewerkt plan achter de hand.
Om ons kennis te laten maken met honkbal had hij een afspraak gemaakt met zijn collega De Groot, de gymleerkracht van instituut Hommes in Hoogezand.
De Tuutjes kwamen hoofdzakelijk uit het westen van ons land en waren opgegroeid met honkbal. Dit werd ook intensief tijdens de gymlessen gedaan en zij hadden een ruime voorraad honkbalmateriaal.
Jan Bos wist ons zo gek te krijgen dat wij op een avond met een stuk of 10 jongens naar Hoogezand zijn gegaan. Het duizelde ons. Te veel indrukken tegelijk. Maar wij vonden het wel stoer dat de ballen zo hard waren dat je er dikke handschoenen voor aan moest trekken om ze te vangen en dat je met een echte knuppel, als je de bal tenminste raakte, een bal een geweldige “jens” kon geven. Hoewel wij die avond geen bal raakten, bleken wij echter vooral in het gooien niet eens zo veel onder te doen bij de Tuutjes. De kennismaking smaakte bij een aantal van ons toch naar meer. Jan Bos had, zoals gezegd, een uitgewerkt plan. Hij vond dat wij oud genoeg waren om zelf een honkbalvereniging op te richten. Hij wou niet in het bestuur maar verder wel als speler – trainer – adviseur betrokken zijn bij de vereniging. Om de vereniging aan leden te helpen had hij met zijn collega’s (vriend en buurman) Wim Steynis en Pim Kool afgesproken dat deze gymnastiekers in het voortgezet onderwijs in Winschoten veel aandacht aan het honkbal tijdens de lessen zouden besteden en aan ledenwerving zouden doen. Deze aanpak werkte.

Wij werden echter voor het blok gezet. Hoe richt je een vereniging op zonder te beschikken over financiën, de benodigde materialen, een sportveld e.d. Niet gehinderd door enige kennis, maar met een overdosis aan enthousiasme, zijn wij er aan begonnen. De eerste (oprichtings)vergaderingen waren bij Roel Vos thuis. De Vader van Roel stimuleerde ons niet alleen, maar bleek ook een echte steun en toeverlaat te zijn. Aan materialen hadden wij helemaal niets. Niemand had een handschoen, ballen, knuppels, maskers, achtervangers outfit, zelfs spelregelboekjes waren er niet. Via via hoorden wij dat wij van de bond kisten materiaal voor een bepaalde tijd konden lenen. Daar moest een borg voor betaald worden. Geld hadden wij niet. Toch zijn de kisten er gekomen. De vader van Roel betaalde de borg. Enige tijd later werd ons materiaal aangeboden door iemand uit Stadskanaal. Materiaal hadden wij dringend nodig. Volgens mij heeft Roel’s vader dat eerst voorgeschoten en is dat later verrekend.
Dankzij de uitstekende contacten van Jan Bos met de gemeente, was een veld snel geregeld. Wij mochten in een hoek van het gemeentelijk sportpark St. Vitusholt gaan spelen en geregeld om te trainen en we konden gebruik maken van de boerderij met daarin de kleedkamers. Ook kregen wij de steun van de beheerder, de heer De Weerd. Alle voorwaarden om tot een echte club te komen begonnen vorm te krijgen.
Jan Bos trainde ons niet alleen, maar had het voor elkaar gekregen om een honkbalweekend voor ons te organiseren in Apeldoorn bij de honkbalclub Robur et velocitas. Voor ons iets wat je het hele leven niet meer vergeet.
Ons team in dat weekend bestond uit: Everhard Post (werper), Roel Vos (catcher), Jules Stanlein (1e honk), Piet Gruppelaar (2e honk), Jan Westers (3e honk), Jan Bos (korte stop) en de buitenvelders Jur Elzinga, Henk Meijer en Koos Helder.
Over dit weekend is een heel verhaal te schrijven. Ook zorgde Jan Bos voor wedstrijden in Hooghalen tegen militairen, die in opleiding waren voor sportofficier. Zo stonden wij op een avondje in de week zo maar tegenover Herman Beidschat (werper Ned. Team) te slaan, wat niet lukte. Dit soort ervaringen motiveerde enorm.
De vereniging ontplooide zich. Er kwam een groep enthousiaste meiden aankloppen, die wilden softballen. Zij werden met open armen ontvangen en onze vereniging werd W.H.S.C. Een gouden idee was om het honkbalseizoen te gaan openen met het organiseren van ons hemelvaarttoernooi. Het gemeentelijk sportpark St Vitusholt was er een uitstekende locatie voor met een echte tribune. Ons toernooi was altijd een hoogtepunt voor de vereniging en  spelers. Wij kwamen in de publiciteit, er kwamen steeds meer mensen naar ons kijken, wij speelden er altijd ons beste honkbal en het stimuleerde vooral ook jongeren om lid te worden van onze vereniging.
In deze tijd werd het honkbal in Winschoten op de kaart gezet.
Aanvankelijk begonnen met het initiatief van Jan Bos vanuit een combinatie van gymleerkrachten en hoofdzakelijk leerlingen van de kweekschool (van het team uit het prille begin hadden alleen Piet Gruppelaar en Everhard Post niet deze achtergrond) werd onze vereniging versterkt met een hele golf “jonge” leden, vaak met een HBS achtergrond. Zoals b.v. Dick Wolthuis, Garry Vos en John Savenye, zodat het algemene karakter van onze vereniging bevestigd werd.
Ik schrijf wel “jonge” leden, maar toen Jan Bos zei dat wij het zelf moesten doen in 1957, was ik 19 jaar en eigenlijk iedereen van ons zo om en nabij die leeftijd.

Iedereen die deze begintijd heeft meegemaakt zal beamen dat het een gouden tijd was, een inspirerende, creatieve tijd en een sportief hoogtepunt in ons leven. Ik ben dankbaar dat ik er bij was. Fijn dat de vereniging nog steeds bestaat !

Deventer, 20 november 2006,
Jules  H. Stanlein


Henk Meijer

Herinneringen aan W.H.S.C.

Als je de letters W.H.S.C. zegt of hoort, dan komen er allerlei leuke herinneringen bovendrijven. Laat ik beginnen wat mij zo als allereerste te binnen schiet, het begin van mijn honkbalcarrière. In 1958 was ik zeventien jaar en ben ik begonnen met honkballen bij W.H.S.C. Jan Bos was mijn gymnastiekleraar aan de kweekschool. Tijdens de gymlessen buiten had hij allang gezien dat ik aardig kon gooien en een redelijk balgevoel had. Daarom vroeg hij mij of ik misschien interesse had voor een spelletje honkbal op 30 april (Koninginnedag) op het St. Vitus sportpark. Hier ben ik naartoe gegaan en kwam er weer vandaan met een blauwe plek op binnenkant  van mijn been. Jan Bos – de eigenlijke oprichter van de honkbalclub – was er de pitcher en gooide een bal die ik als slagman niet kon ontwijken. Desondanks vond ik het een leuke ervaring, en vanaf die tijd was ik dus lid van W.H.S.C. De club was toen net een klein jaar hiervoor opgericht als eerste vereniging in het noorden.

Een activiteit die grote indruk maakte, was de ontmoeting in Apeldoorn met Robur et Velocitas in 1958. Op een zaterdag reden we in een VW busje met 9 spelers aan boord en Jan Bos als chauffeur naar Apeldoorn. Hier maakten we kennis met een club die al wat verder in ontwikkeling was. Wij speelden nog niet in een honkbalpak. Onze gymkleren deden daarvoor dienst. Namen: Jan Bos, Roel Vos, Juul Stanlein, Jur Elzinga, Jan Westers, Piet Gruppelaar, Koos Helder, Everhardus Post en ikzelf. Beide dagen gaven we goed partij. De nacht brachten we door onder de tribune van Robur et Velocitas. Hier hebben we veel plezier gehad. Met twee krappe nederlagen en een goed gevoel keerden we zondags weer huiswaarts.
De mooiste jaren waren van 1967 tot 1970, toen we landelijk derde klasse speelden met uitwedstrijden naar Enschede (Tex Town Tigers) en Nijmegen (Trekvogels). Het waren lange, maar ook erg mooie dagen. Uiteraard werden er ook wedstrijden in het noorden gespeeld tegen Groningen, Drachten, Leeuwarden en Veendam.
Natuurlijk waren er ook de herinneringen aan de Hemelvaarttoernooien. Eerst op het Sportpark St.Vitus en na 1966 op de sportvelden bij de Stikkerlaan. Het was altijd een druk bezet toernooi met veel tevreden speelsters (bij softbal) en spelers (bij honkbal). Als secretaris (van ±1968 tot ±1984) had ik het er ook aardig druk mee. Maar het was altijd weer fijn als alles goed was verlopen.

In 1967 kregen we op de huidige plaats een “echt honkbalveld”. Dat was een hele vooruitgang bij de velden aan het St. Vitusholt. In 1962 gingen we ook eindelijk in het “pak” die we bij Jur in de De Ruiterlaan konden passen. Het werden witte pakken, met groene afwerking en daarop moesten de letters W.H.S.C. en een nummer. Ik weet nog dat ik bij Jur stage liep aan de BLO-school. We hadden tussendoor nog wel even tijd om de letters en cijfers te ontwerpen. Jur zijn echtgenote, Jantje, heeft alle letters en cijfers afgewerkt. Een behoorlijke klus, maar geweldig gedaan. Tegenwoordig gaat dit allemaal wat gemakkelijker.
Een grote verandering vond plaats in 1967.
We verlieten het sportpark aan het St. Vitusholt en gingen spelen op een echt honkbalveld met een backstop en gravelpaden van het thuishonk naar 1e honk en van 3e honk naar het thuishonk. Meer zat er niet in, want alles moest buiten het voetbalveld blijven. Duidelijk voor ogen heb ik nog De Boer, oud onderwijzer van de Winschoter Sportraad, die met grote stappen bekeek of alles paste. Maar het was een hele verbetering. Voortaan speelden we de wedstrijden daar en konden we ons verkleden in het gebouw van de ijsclub. Het was daar soms zeer gezellig bij Jopie Koopman, die daar de scepter zwaaide.

De vele vergaderingen met het bestuur herinner ik mij nog goed. Het bestuur werd vele jaren voorgezeten door Jan Reinder Rijpstra (heeft veel betekend voor W.H.S.C.), uitstekend geassisteerd door Boelo Oolders (vader van René en opa van Martin) als penningmeester en ondergetekende (secretaris).Uiteraard vonden de vergaderingen samen met nog enkele andere bestuursleden plaats.

Winschoten, 17 januari 2017,
H. Meijer


Jur Elzinga

Aanvullend op  dhr. Meijer

W.H.S.C. is in 1957 voortgekomen uit de volleybalvereniging REV, waar Pim Kool de trainer was, en VC Kweekschool, met Jan Bos als trainer/coach. Beide “winter”verenigingen konden zo ook de zomersport honkbal beoefenen. In het begin was er materiaal, als handschoenen, knuppels, catcherspullen etc., beschikbaar uit een kist van het Bleesingfonds. Deze kist was geplaatst in de schuur bij de terreinbaas De Weerd. Later zijn de leden zelf materiaal gaan aanschaffen.

Kennis en kunde werd op veel fronten behaald. Zo werd bijvoorbeeld ook eens geoefend in de Bremerhaven, waar Amerikaanse militairen waren gelegerd. Wij konden er uiteraard veel van leren. Ook werd er eens getraind onder leiding van een Amerikaan Bob Perry. Langzaam werden de heren van W.H.S.C. naar een hoger niveau gebracht.

Een van de eerste tegenstanders was Instituut Hommes (middelbare school) uit Hoogezand. Er werd gespeeld in een spijkerbroek met een groen shirt. De 1e wedstrijd was softbal, de 2e honkbal. De softbaltak was er toen inmiddels bijgekomen, de ‘S’ van W.H.S.C. werd toegevoegd. De dames van het eerste uur waren Alie de Wolf, Jenny Folkerts, Thea Heiting en Wieneke van Delden. Koos Helder was aanvankelijk de trainer, later opgevolgd door Jan Heiting.

Wij, Henk en ikzelf, zijn ons bewust, dat veel van bovenstaande herinneringen hadden kunnen worden aangevuld met nog veel meer. Ook kunnen er nog veel namen bij geschreven worden, die ons in eerste instantie niet te binnen zijn geschoten, maar waar wel met veel plezier aan wordt teruggedacht. Nog altijd hangt er een gemoedelijke sfeer bij de thuiswedstrijden: geweldig, met weinig middelen zo’n sfeer kweken. Opvallend is ook de zelfwerkzaamheid. Daarbij te denken aan de nieuwe dugouts, waar veel “deskundigen” aan hebben gewerkt. Een hele klus. Hieraan kun je zien dat W.H.S.C. nog leeft en bestaansrecht heeft. W.H.S.C. ga zo door.

Winschoten, 17 januari 2017,
J. Elzinga


Jan R. Rijpstra

Honkbal in het Noorden

Juweeltje (5)W.H.S.C. is opgericht  in 1957, maar ik kwam pas in 1960 in Winschoten. Daar speelde gymleraar Steynis, vader van Job, achter de HBS  softbal  met leerlingen  met gebruik  van een kastiebal en -knuppel. Ik had bij mijn opleiding op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen wel kennis gemaakt met softbal, maar van de regels nog niet veel begrepen.
Bij mijn  gymlessen  van de ulo en vglo op het veld van Bato aan het St. Vitusholt, het Stadspark was er nog niet, maakte ik kennis met de Honkbalclub W.H.S.C. Die daar op het veld kwamen  trainen  en daar werden ook wedstrijden  gespeeld, zowel honkbal als softbal, door leerlingen van Jan Bos, gymleraar van de Kweekschool, tegen jongens van Instituut Hommes uit Hoogezand, een kostschool voor leerlingen uit het Westen, die bekend waren  met deze sport.

Ook in Groningen werd via de studentensport ACLO honk- en softbal gespeeld, waaruit  de vereniging Caribe is gekomen. In die tijd, de 70er jaren  speelden we tegen Tex Town Tigers in Enschede. Daarna kwamen initiatieven  in Veendam, Assen en Delfzijl. Zo ontstond het Rayon het Noorden, Groningen, Friesland en Drenthe, waar W.H.S.C. zelfs meespeelde met 2 Hb herenteams en 2 Sb damesteams. Tevens werd gestart met jeugdspelers. Eerst pupillen- en adspirantentoernooien en vervolgens ook competitie.

In de jaren 80-90  heb ik als vervangend competitieleider en daarna als rayonvoorziter mee kunnen  helpen aan de groei van honk- en softbal in het Noorden.

Utrecht, 14 juni 2016,
Jan R. Rijpstra


Stinie Oolders-Aardema

Mw. Oolders over W.H.S.C.

W.H.S.C. heeft een groot deel van ons leven beïnvloed. Toen René elf jaar was werd hij lid van de honk- en softbalclub. Kort daarna was ook mijn man, Boelo Oolders, erbij betrokken. Hij ging toen der tijd vaak met het jeugdteam naar wedstrijden, maar dit lukte niet altijd. Zo ben ik eens met een auto vol jongens naar Drachten geweest. De wedstrijd werd verloren en op de terugweg ontstond in de auto een meningsverschil. “Als jij dit gedaan had… en jij dat … dan hadden we gewonnen..” Het ging hard om hard en op een gegeven moment zei ik, als jullie nu niet ophouden, dan zet ik jullie eruit! Dan zien jullie maar hoe jullie weer in Winschoten komen. Natuurlijk was dit nooit gebeurd, maar het zei wel iets over hoe fanatiek de jongens waren.

Een aantal jaren hebben wij de kleding en kleine materialen in beheer gehad. Ook dit leverde leuke verhalen op. Regelmatig stonden er heren en dames zonder schaamte in onze woonkamer een pak te passen. We waren eens net terug van vakantie toen er een groepje jongetjes aanbelden. Ik herkende ze wel, ze waren een tijdje terug ook al langs geweest. Op de vraag wat ze moesten hebben bleef het even stil. Ze keken elkaar aan en werden wat rood. Zelf had ik al het vermoeden waar het om ging. “Moeten jullie misschien een toque hebben?”. “Ja, dat was het”, schreeuwde een van de jongetjes. Zo heb ik nog vele leuke herinneringen aan W.H.S.C. Zoveel dat ik ze niet allemaal kan opschrijven.

Mijn man is achttien jaar penningmeester geweest van W.H.S.C. Dit heeft hij altijd met ontzettend veel plezier gedaan. W.H.S.C. is een leuke club die hopelijk nog vele jaren mag bestaan.

Winschoten, 19 januari 2017,
S. Oolders-Aardema